Brouwersdam

Door de bouw van de Brouwersdam in 1971 ontstond het Grevelingenmeer. Dit leverde een fantastisch watersportgebied op, rijk aan jachthavens, campings en zeilscholen. Het gebied kenmerkt zich door de sportieve, actieve en culinaire mogelijkheden en heeft een bijzondere flora en fauna. Steeds meer evenementorganisatoren ontdekken de ongekende mogelijkheden van Brouwersdam.

Historie
De Grevelingen vormde vroeger met andere zeearmen, zoals Haringvliet en Oosterschelde de uitmonding van Rijn, Maas en Waal in de Noordzee. Het verschil tussen eb en vloed bedroeg zo'n 2,5 meter. Op 1 februari 1953 braken, tijdens een zware storm, de dijken in Zuidwest Nederland. Grote delen van Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee kwamen onder water te staan. Om een dergelijke ramp in de toekomst te voorkomen is het Deltaplan uitgevoerd. In dit kader werd de Grevelingendam aangelegd (gereed in 1965) en in mei 1971 werd het Grevelingenmeer van de Noordzee afgesloten door de aanleg van de Brouwersdam. Het waterpeil werd gefixeerd op - 20 cm NAP. Na de afsluiting 3.000 hectare gebied boven water gekomen. Nu hoofdzakelijk natuurgebied. Zoutwatermeer, dat in verbinding staat met de Noordzee middels een sluis in de Brouwersdam.

De Brouwersdam
Omdat de Grevelingendam de Grevelingen al aan de oostkant had afgesloten, ontstond door de bouw van de Brouwersdam het Grevelingenmeer. De Brouwersdam was geen makkelijke dam. Omdat het te dichten gat tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland maar liefs 6,5 kilometer lang was, vormde de bouw een goede oefening voor de nog complexere Oosterscheldekering. Net als bij de Grevelingendam werden voor de Brouwersdam zowel caissons als een kabelbaan gebruikt. Eerst werden twee zandplaten in het Brouwershavense Gat opgehoogd. Vervolgens werd het noordelijke gat met caissons gedicht. Tenslotte werd het zuidelijke gat gedicht door de heen en weer rijdende gondels die hun lading beton aan de zeebodem toevertrouwden. Eind 1971 was de dam klaar. Toch werd er 10 jaar later een wijziging in de dam aangebracht: er werd een doorlaatsluis gebouwd waarmee zout zeewater werd doorgelaten. Hierdoor veranderden de flora en fauna weer geleidelijk.

Waar moet hij komen?
Voordat de eerste spade de grond in ging, werd er lang nagedacht over de plaats waar en de manier waarop de dam zou moeten worden gemaakt. De Brouwersdam moest in ieder geval de eilanden Goeree en Schouwen beschermen. Daartoe moest de dam zo westelijk mogelijk komen te liggen. Nadat de voor- en nadelen van vier trajecten tegen elkaar afgewogen waren, werd voor het traject gekozen waarbij de dam via Schouwen naar de zandplaat Middelplaat loopt en vanaf daar via de volgende zandbank, de Kabbelaarsplaat, naar Goeree. Het eerste voordeel was dat de afstand tussen de Oosterscheldekering en de Brouwersdam bij dit traject het kleinst was. Dat was voordelig voor het verkeer. Het tweede voordeel was financieel van aard. Het gekozen traject was tussen de twintig en dertig procent goedkoper dan de overige alternatieven. Op 25 september 1962 werd dit traject door de overheid goedgekeurd.

Grevelingenmeer
De Grevelingen is het grootste zoutwatermeer van West-Europa met een oppervlakte van 14.000 hectare. Hiervan is 11.000 hectare water. 7.000 hectare daarvan is dieper dan 1,50 meter en daardoor uitstekend geschikt watersportgebied. Er zijn diverse eilanden in het meer zoals Stampersplaat, Veermansplaat, Dwars in de weg, Hompelvoet en Markenje. Dit zijn allen natuurgebieden. Daarnaast zijn er nog de Slikken van Flakkee, de Slikken van Bommenede, de Punt van Goeree en de Kabbelaarsbank die grotendeels uit natuurgebied bestaan.

Natuur
Na de sluiting van de Brouwersdam stond het water in de Grevelingen van de ene op de andere dag stil. Er was immers geen getijdewerking meer. Een groot deel van het ecosysteem rond het Grevelingenmeer hing af van de invloed van het zeewater. Een goed voorbeeld hiervan zijn scholeksters. Zij leefden op de hogere oevers lang de Grevelingen, maar zochten hun voedsel bij laag water op de slikken bij de oever. Vanaf het moment dat de dam gesloten was, kwam er voor de eksters geen nieuw voedsel meer bij. Kleine schelpdieren gingen al na een aantal dagen dood. Ook planten die van hun bestaan afhankelijk waren van de aanvoer van zout water, legden al snel het loodje.

Het evenwicht hersteld
Aan de hand van twee voorbeelden kan duidelijk gemaakt worden dat de toekomst voor de flora en fauna er net na de sluiting vaak niet rooskleurig uitzag. Na verloop van tijd is het met veel soorten goed gekomen. Sommige soorten zijn verdwenen en weer anderen zijn erbij gekomen. Het eerste voorbeeld vormen de jonge schollen die voor de sluiting van de dam in de Grevelingen zwommen. Na verloop van tijd stuitten ze bij hun tocht naar zee op de dam. Gedesoriënteerd bleven ze in de buurt van de dam zwemmen. Toen dit bekend werd, trokken hordes sportvissers naar de dam om de schol te vangen. Deze zou bijna uitgestorven zijn als er niet voortijdig maatregelingen waren genomen. Zo werden er nieuwe schollen uitgezet. Sinds de voltooiing van de doorlaatsluizen in de Brouwersdam kunnen de schollen weer ongehinderd naar de Noordzee zwemmen. Een tweede voorbeeld zijn de oesters. Iedereen was bang dat door de afsluiting van de zeearmen de kenmerkende oesters uit Zeeland zouden verdwijnen. Tijdens de strenge winter van 1962-1963 waren al bijna alle oesters uitgestorven. Des te groter was de vreugde toen er toch weer oesters ontdekt werden. Ook na de sluiting van het Brouwershavense Gat bleken de oesters niet van wijken te weten. De oesters hadden het er zo naar hun zin dat ze elk jaar voor miljoenen jonge oestertjes zorgden.